Biografie
Cor Koenen schildert en tekent in zijn vrije tijd al sinds zijn kinderjaren. In zijn begin periode waren dat winterlandschappen en portretten.
De winterlandschappen werden geschilderd in de stijl van de romantische school. Het was het oer Hollandse landschap rijkelijk gestoffeerd met schaatsertjes. Later werden er portretten geschilderd. In deze periode werd veel ervaring met het gebruik van het materiaal opgedaan.

Sinds 1982 schildert hij hoofdzakelijk realistische stillevens op panelen, die bijna altijd te maken hebben met het verleden en soms met gebruiksvoorwerpen uit zijn jeugd. Het streven is om de objecten op een geheel eigen wijze en zeer natuurgetrouw weer te geven, enigszins modern en vaak omgeven met een mystieke component. De werken mogen daarbij echter ook weer niet een fotografische weergaven zijn. Het schilderen is dan ook niet direct te classificeren als “fijnschilderen”.

Midden jaren 70 kon men aan kunstacademies geen gerichte opleiding krijgen in de realistische schilderkunst. Daar lag echter zijn passie. Hij bewonderde de grote schilders uit de 17e eeuw, zoals natuurlijk Rembrandt maar ook schilders als Dou, Heda en Kalf en andere stilleven schilders uit die tijd. Om zich verder in de schildertechnieken te ontwikkelen heeft hij vele Europese musea en exposities bezocht en veel literatuur gelezen waarin de oude schildertechnieken beschreven stonden van de diverse 17e eeuwse meesters.

Op basis hiervan heeft hij door de jaren heen een geheel eigen techniek ontwikkeld waarbij met hedendaagse materialen en de basisprincipes van de 17 e eeuwse schilderkunst stillevens worden gecomponeerd met een grote realistische stofuitdrukking, maar die zeker niet een17 e eeuwse uitstraling hebben.

Hoewel je bij deze schildertechnieken een hoge mate van concentratie moet hebben kan hij goed uren achter elkaar aan één schilderij werken. De ambachtelijke component in de realistische schilderkunst is zeer arbeidsintensief. Over grotere werken doet hij soms weken om een zo realistisch mogelijk beeld op paneel te krijgen.

Op vakanties en in zijn vrije tijd is hij vaak op zoek naar oude voorwerpen die in zijn composities gebruikt kunnen worden. De vergankelijkheid van de voorwerpen onder invloed van de tijd hebben hem altijd geboeid. “Het is van een aparte schoonheid als voorwerpen de sporen van veelvuldig gebruik dragen en je kunt zien hoe alles na verloop van tijd weer tot de oorsprong terugkeert." Het verweerde metaal van potten en kannen, het gebarste steen van schotels, de gebutste vruchten, dat alles vindt hij vanuit schildertechnisch oogpunt erg interessant om te schilderen.

Techniek
De stillevens worden op masoniet geschilderd en een enkele keer op MDF maar bijna nooit op linnen. De wijze van schilderen vereist vaak een redelijk glad oppervlak.

In het kort komt de techniek op het volgende neer. Het paneel wordt zo'n 5 tot 8 maal gegrondeerd met een gesso (soms aangetoond met een bepaald pigment afhankelijk van het beoogde eindresultaat).

Daarna wordt een eerste schets en vervolgens een onderschildering in de lokale kleuren met magere verf gemaakt. Na droging volgt een volgende laag die wat vetter en substantiëler is. Om de gewenste effecten te krijgen en schaduwen uit te werken worden hier en daar in de eindfase van het werk glaceringen gelegd (dunne transparante verflagen met veel 
medium).

Het schilderen zelf gaat van de achterste naar de voorste partijen en van hoog naar laag waarbij de schaduwen dun en transparant worden opgezet en het licht gehoogd wordt. Als verfmateriaal wordt uitsluitend hoge kwaliteitsverf gebruikt, natuurlijke bindmiddelen en marterharen penselen of voor de grotere maten runderharen penselen.

Onder het tabblad "collectie" ziet u een greep uit het jarenlange oeuvre.